Liedteksten

Lied van Johannes

Lied van Johannes                                       De openbaring

 

Ik sta in een droom                 

oog in oog met een stad

waar niemand wil wonen

waar geen mens wordt verwacht.

 

De poort gaat open

Ik sluit mijn ogen.

Ik volg mijn gedachten

en ik word meegenomen

 

Door een man met een masker

en handen van steen.

Hij wijst de weg naar het water

en hij laat mij alleen.

 

En ik val in een maalstroom.

Draai langzaam naar binnen

en ik weet dat het goed is

want ik zoek naar het midden.

 

En ik laat alles los,                          

wie ik was,wat ik zocht,                 

En ik keer mij naar binnen        

om opnieuw te beginnen.        

 

Ik zie twee doorboorde handen

Veranderen in twee landen

En een vloedgolf uit de zee

Sleurt alles met zich mee

 

En  Babylon brandt …….En de toren die  valt

En  soldaten met zwaarden zoeken

Naar een kind in een stal

En de man met het masker

En handen van steen

Stijgt op uit het water

En hij zegt je bent niet alleen

 

En ik val in een maalstroom.

Draai langzaam naar binnen

en ik weet dat het goed is

want ik zoek naar het midden.

 

En ik laat alles los,

wie ik was,wat ik zocht,

En ik keer mij naar binnen

om opnieuw te beginnen.

 

Mijn moeder staat voor mij.

Ze vraagt mij ten dans

En ze komt dichterbij

En ik reik haar de hand

 

Maar ze valt uit elkaar

en verandert in stof.

En opeens is het feest in de stad.

En een vrouw die ik lief heb gehad

 

staat boven op een toren

en ze kijkt naar beneden.

En ze springt en ze schreeuwt:

‘Leve het leven!’

 

En ze laat alles los, wie ze was,wat ze zocht,

En ze keert zich naar binnen om opnieuw te beginnen.

 

En ik laat alles los,wie ik was,wat ik zocht,

En ik keer mij naar binnen om opnieuw te beginnen.

Dit nummer staat op de volgende uitgaves:

Cover
Demo's Deel 04, 2010 (Album)
2010