Biografie

Stef Bos                     Een biografie                         In vier delen

 

 

Geboren 12 juli 1961 in Veenendaal als derde en laatste in de rij.

 

1

IN DEN BEGINNE


In den beginne was er het cabaret.

Op de Middelbare school in Ede (NL) met twee vrienden.

In de studententijd (Lerarenopleiding) in Utrecht met Chiel van Berkel (Kaliber/Publiekprijs Cameretten 1981).

Daarna vanaf 1984 de theateropleiding in Antwerpen (Studio Herman Teirlinck/Kleinkunst).

Daar werd het cabaret losgelaten en de liedschrijver geboren.

Met leraren als Johan Verminnen, Raymond van het Groenewoud, Jean Blaute, Deniece de Weerdt, Michel Oukhow en anderen.

 

2

DE JAREN NEGENTIG

 

De jaren negentig

Na de theateropleiding speelde hij toneel (Maria Viers Lokaal /Oudhuis Stekelbees) en schreef songs voor anderen. Hij was deel van het satirische radioprogramma ‘De Ochtendploeg’ (BRT radio 2), waarvoor hij sketches en liedteksten schreef en fungeerde even als Hollandse buurman van de hond Samson op tv.

Via de zangeres Ingeborg die zijn ‘Door de wind’ zong in Lausanne op het Eurovisie Songfestival (1989) leerde hij platenman Hans Kusters kennen die vond dat hij eerder zelf een cd moest opnemen dan alleen voor anderen te schrijven.

 

Zo vond hij het spoor dat het zijne was. Zanger en liedschrijver.

De eerste single ‘Is dit nu later’, verscheen in 1990. Later gevolgd door de gelijknamige cd die in het kielzog van de hits ‘Papa’ en ‘Breek de Stilte’ een groot succes werd. Hij krijgt een Edison en een Zilveren Harp in Nederland. Een ‘Gouden oog’ en een ‘Zomerhit-award’ in België.

De tweede cd ‘Tussen de liefde en de leegte’ (1992), geproduceerd door Boudewijn de Groot, was met songs als ‘Ik heb je lief’, ’Mijn stad’, ’De rivier’ en ‘Tussen de liefde en de leegte’ niet minder succesvol.

Daarna verlegde hij zijn grenzen.

Hij vertaalde ‘Anatevka’ en ‘De man van la Mancha’ (met Ramses Shaffy) voor het Ballet van Vlaanderen.

Hij schreef bij tijd en wijle in opdracht van de BRT-tv een lied over de actualiteit. (‘De Figuranten’)

En hij ging vooral op reis. Eerst naar West Afrika en vervolgens naar Zuid Afrika waar hij met Johannes Kerkorrel en Thandi Klaasen de song ‘Zij wil dansen’ schreef en opnam in drie talen. (Nederlands/Afrikaans/Xhosa).

Zijn ervaringen over de grenzen kleurden zijn derde cd ‘Vuur’. (1994) De cd kreeg een Edison nominatie.

 

Door zijn theateropleiding was van in het begin ook voor hem duidelijk dat het theater de plek was waar zijn woorden en muziek konden thuiskomen. Rond elke cd die verscheen, werd een theatervoorstelling gebouwd waarmee hij minimaal een half jaar tot een jaar intensief toerde door België en Nederland.

Voor de toer ‘Tussen de liefde en de leegte’ kreeg hij de befaamde ‘Pall Mall Export Prijs’.

Het geldbedrag daaraan gekoppeld investeerde hij in de opname van de cd ‘Together as one’ van Thandi Klaasen (legendarische Xhosa Jazz-zangeres in Zuid Afrika). Daarvoor werkte hij samen met grootheden als Hugh Masekela, Abigail Kubeka en The African Jazz Pioneers.

 

In het verloop van de jaren negentig vermengen zich de invloeden van Afrika met zijn Europese wortels in de cd’s ‘Schaduw in de nacht’ (1996) en ‘De onderstroom’(1997). Vooral de laatste cd draagt de sporen van het zuiden door een reis met bassist Bert Embrechts van Kaapstad naar Johannesburg waarbij ze met lokale muzikanten onderweg nieuwe songs schreven en vastlegeden.

 

1997 was een sleuteljaar voor hem als performer. In opdracht van de Ancienne Belgique maakte hij samen met zijn vroegere leraar Johan Verminnen een voorstelling gebaseerd op het werk van Jacques Brel ‘In het licht van zijn schaduw’. Door pers en publiek unaniem lovend onthaald maar vooral voor de zanger het punt waarop hij zijn instrumenten losliet en alleen met zijn stem en lichaam een verhaal leerde vertellen dat het ego oversteeg.

 

Na jaren van reizen keerde hij zo terug naar de Europese muziektraditie, zoals het chanson.

Hetgeen duidelijk hoorbaar is op de cd ‘Zien’ (1999) waarvoor hij een Edison kreeg.

 

 

3

NA HET MILLENIUM

 

In het jaar 2000 werd hem in Nederland de ‘Gouden Harp’ uitgereikt voor zijn muzikale weg tot dan toe.

Als kers op de taart mocht hij voor de KRO radio/tv 15 van zijn stukken uitvoeren met het Metropole Orkest.

Tegelijk verscheen in Zuid Afrika een eerste verzamel cd onder de titel ‘Beste van Bos’.

Met het succes van die cd vestigde hij zijn naam daar en begon veel te spelen. Tijdens die toeren schreef hij het materiaal voor de cd ‘Van Mpumalanga tot die Kaap’ die zich laat horen als een muzikale lappendeken van dit land met zijn vele culturen. Hij werkt en schrijft daarvoor samen met een keur aan muzikanten.

(Tu Nokwe, Louis Mhlanga, Koos Kombuis, Faith Kekana, Stella Khumalo, Amanda Strydom en The African Mama’s).

Het is zijn eerste album dat tegelijk in Nederland, België en Zuid Afrika wordt uitgebracht.

 

2001 was een catharsisjaar. Tijdens de opnames van de cd ‘Donker en licht’ verloor hij zijn stem. De hardnekkige ontsteking sleepte maanden aan. Tijdens die periode maakte hij van de nood een deugd en begon aan zijn eerste verzameling ongezongen woorden die later het licht zouden zien in de boeken ‘Gebroken Zinnen’ (2004), ‘JA’ (2006),’Stillewe’(2008) en ‘Door de ogen van mijn vader’ (2010).

In plaats van zijn woorden te koppelen aan muziek werden deze boeken telkens met een beeldend kunstenaar gemaakt.

 

Tot 2004 speelde hij verschillende theatervoorstellingen (‘Niemandsland’,’Dichtbij’), maar legde geen nieuwe stukken vast op cd. Hij was organisatorisch bezig van huid te wisselen. Zette een eigen platenlabel, een eigen theaterproductie-kern op en nam afscheid van de oude structuren.

In 2005 was hij klaar voor een nieuwe start.

Het album ‘Ruimtevaarder’ kwam uit in eigen beheer en de toer ‘Licht’ die daarop volgde was ook een eigen productie.

In 2007 maakte hij een overzichtsvoorstelling onder de titel ‘Storm’.

Met uitgebreide bezetting (strijkers, blazers en band) speelde hij zichzelf door het verleden.

Liet oude stukken herarrangeren (Sebastiaan Koolhoven) en interpreteerde ze vooral meer gelaagd dan toen ze ooit werden geschreven.

 

Daarna ging het vizier volledig naar nieuw werk. In ‘2008’ werd een voorstelling gemaakt waarin geen enkel nummer uit het verleden voorbij kwam. Dat was ook het thema van de voorstelling....nieuwe ruimte zoeken.

Een explosie van nieuw repertoire was het gevolg. (60 stukken)

Besloten werd om dit nieuwe materiaal beschikbaar te maken in zijn eerste vorm en opname.

Zo ontstond, in enkele jaren, een serie van zes demo-cd’s met gemiddeld twaalf tot veertien nieuwe stukken.

 

Aan het eind van de eerste decade van het nieuwe millennium gaat hij inhoudelijk terug naar zijn roots met het project ‘In een ander licht’ (2009). Een opdracht van de NCRV in Nederland om samen met het befaamde Metropole Orkest twaalf nieuwe songs te schrijven met de Bijbel als vetrekpunt. De Bijbel als onze mythologie, los van kerk, geloof en religie.

Zichzelf beschouwend als agnost maar komende uit een progressief protestants nest was dit spek naar zijn bek.

Een groots opgezet multimediaproject voor tv, radio en internet. Hij had ironisch genoeg bijna nog nooit zoveel vrijheid gevoeld als binnen de beperking van deze opdracht.

 

4

VANAF 2010

 

Kloofstraat (2010)

De nieuwe decade begon met de cd ‘Kloofstraat’(2010).  Veelal songs die geschreven waren in een soort Neder Afrikaans. Duidelijk werd dat zijn verhouding met die taal duchtig onder de huid was gekropen.

Zuid Afrika werd naast België en Nederland een land waar hij thuis was. Alle songs op de cd hadden betrekking tot Zuid Afrika en hetgeen daar speelde.

Tegelijk maakte hij voor het theater de voorstelling ‘Cape Connection’ met Fernando Lameirinhas en Régis Gizavo met Kaapstad als cultureel knooppunt door de eeuwen, als inspiratiebron.

 

In 2011 zag de cd ‘Minder Meer’ het licht. De nummers daarvoor ontstonden tegelijk met het materiaal voor ‘Kloofstraat’ maar het werd duidelijk dat die twee werelden om twee verschillende verzamelingen vroegen.

In het theater zocht hij  avontuur in een solo voorstelling die het midden hield tussen stand-up comedy en muziek. (Vuurvlieg 2011).

 

 

In deze eerste jaren van het nieuwe decennium zocht hij veelal samenwerking met anderen.

Hij maakte voor de AVRO met het Metropole-orkest een gesmaakte nieuwe versie van ‘Lente me’ (Toon Hermans) en kruiste de creatieve degens met verschillende rappers. Die muziekstijl fascineerde hem al lang door het directe en het persoonlijke in de teksten. Hij werkte twee kleer met Ali B in diens tv projecten ‘Op Volle toeren’ en ‘De muziekkaravaan’. Voor de Zuid Afrikaanse SABC-tv werkte hij samen met de Xhosa rapster Kanyi in het programma ‘Jamsessions’. In Nederland vroeg Diggy Dex hem om een nieuwe versie van ‘Ik heb je lief’ op te nemen.

 

Tussen de grote toeren met de band zocht hij dikwijls zijsporen in kleinere en kortere projecten.

In de voorstelling Lente (2014) werd de geboorte van een lied als metafoor gebruikt voor de voortdurende cyclus van einde en begin.

In ‘Ster in het donker’ (2013) werkte hij samen met de Zuid Afrikaanse blinde pianiste STER en liet het publiek

in volledige duisternis luisteren naar haar composities en zijn vertellende stem.

In Zuid Afrika zat hij samen met de legendarische songwriter/schrijver Koos Kombuis aan een keukentafel op het podium om het leven onder de loep te nemen met veel gevoel voor humor, improvisatie en muziek.

 

Voor  die laatste voorstelling schreef hij veel nieuw Afrikaans materiaal dat onder de verzameling ‘Kaalvoet’ in 2014 alleen het licht zag in Zuid Afrika omdat zijn teksten in Afrikaans dikwijls niet meer te volgen waren in de Lage Landen.

 

Met een nieuwe bandbezetting (Lené te Voortwis/Steven Cornillie/Martin de Wagter en René van Mierlo)

werd steeds duidelijker dat hij het collectief verkoos boven de eenling die hij creatief dikwijls daarvoor was.

‘Mooie Waanzinnige Wereld’ (2013) werd grotendeels samen met zijn band geschreven, evenals

‘Een sprong in de tijd’ (2016). Anders dan voorheen vormden dikwijls tekstfragmenten het vertrekpunt.

De muziek die ontstond vanuit improvisatie bepaalde uiteindelijk de tekst in zijn definitieve vorm.

Daar is hij nu in zijn ontwikkeling.

Want dat is Stef Bos.

Iemand die een weg zoekt.

Duidelijk beschreven in het boek ‘Mijn onmacht woont in woorden’ (2016)

Een verzameling gezongen en ongezongen woorden voorzien van observaties en commentaar.